Cactuszaad

De eerste gedachte bij het lezen van de titel van deze column is er waarschijnlijk eentje van ongeloof. Wie eet er nu cactuszaad? Dit is het verhaal achter een nieuwe hype.
De prickly pear (Opuntia ficus-indica) is ook bekend onder diens Israëlische benaming 'sabra fruit'. Maar goed, de hype spreekt over de prickly pear en dus doen wij dat ook maar. Het is een cactussoort die ooit alleen inheems was in Mexico en daar lang geleden door de Maya's gedomesticeerd is. Het fruit van deze cactus, hier gewoonlijk cactusvijg genoemd, smaakt wat zoetzuur en lijkt wat op die van een peer. Het zijn vruchten die met enige omzichtigheid 'gepeld' moeten worden: op de leerachtige schil bevinden zich vele kleine stekels die gemakkelijk in de huid dringen. Het beste is de cactusvijg op dezelfde manier te behandelen als een mango.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Opuntia, is genoemd naar de oude Griekse stad Opus (Ὀποῦς), waar volgens een legende ooit een eetbare plant groeide die vermeerderd kon worden door worteldelen te begraven. Het tweede deel, ficus-indica, is Latijns voor 'Indische vijg', maar de cactus lijkt daarop in het geheel niet en is zelfs niet verwant aan die plant.

Al in de zestiende eeuw werden de eerste prickly pears overgebracht naar Noord-Afrika omdat het klimaat in de Sahara niet veel andere gewassen kan voortbrengen. Van daaruit heeft de teelt zich uitgebreid en intussen zijn Marokka en Israel de grootste producenten van de cactusvijg (of Sabra). In Australië is de cactus in de achttiende eeuw ingevoerd om tuinen wat kleur te geven. Daarna werd de plant gebruikt als heg rondom landbouwpercelen. Geen goed idee, zo bleek al snel en de prickly pear werd al snel een invasief onkruid en op dit moment is bijna 300,000 vierkante kilometer landbouwgrond verworden tot een ondoordringbare jungle van prickly peren.

Omdat het fruit van de prikly pear ook wordt gebruikt voor sapproductie, bleef men natuurlijk zitten met allerhande restproducten, waaronder pulp, schillen en pitten. Er is wat onderzoek gedaan naar die pitten en het bleek dat er hoge concentraties (~60%) linolzuur, een omega-6-vetzuur[1]. Dat is inderdaad veel, maar zonnebloemolie bevat evenveel linolzuur.

Verder onderzoek toonde aan dat er in de zaden maar weinig vitamine E (~0,4 mg/gram) – in al zijn verschijningsvormen – in voor te komen[2]. In zonnebloemolie zit echter wel ~50 mg/gram vitamine E.
Met andere woorden: in zonnebloemolie zitten meer gezonde stofjes verstopt dan in de pitjes van de prickly pear. Maar op internet circuleren nu reclames van aanbieders van de olie van de prickly pear met loze kreten als: '9 Prickly Pear Oil Benefits That Will Make Your Skin Look Younger Overnight!'

Zoals altijd verzinnen de verkopers simpelweg de vermeende voordelen van deze olie. Het voedt, is vochtinbrengend en verzachtend, vermindert huidveroudering, voorkomt rimpels en al die andere zaken die ietwat angst gaan inboezemen bij het stijgen der jaren. Overigens kun je ook gewoon je gezicht insmeren met zonnebloemolie. Da's een stuk goedkoper.

[1] Chouqui et al: Oil composition and characterisation of phenolic compounds of Opuntia ficus-indica seeds in Food Chemistry – 2013
[2] Ghazi et al: chemical composition and antioxidant activity of seeds oils and fruit juice of Opuntia Ficus Indica and Opuntia Dillenii from Morocco in Journal of Materials and Environmental Science – 2013

Geen opmerkingen:

Een reactie posten