Tijgernoot (of chufa)

Een zeer hardnekkig onkruid, zo wordt knolcyperus (Cyperus esculentus) hier te lande genoemd. Hij behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae), waartoe ook het papyrusriet (Cyperus papyrus) behoort.
Knolcyperus is een eenjarige of meerjarige plant, die tot 90 centimeter hoog kan groeien met een enkele biesachtige stengel vanuit een knol. De knolcyperus is herkenbaar aan zijn roze ‘voetje’. Een enkele plant kan zich in een seizoen naar alle zijden meters ver uitbreiden. Onder optimale omstandigheden kan één moederknol in één groeiseizoen ongeveer 200 planten en 8000 knollen vormen.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Cyperus, is afkomstig uit het Grieks, waar κύπειρος (kypeiros) 'zegge' betekende. Het tweede deel, esculentus, is een vervoeging van het Latijnse woord esca, dat 'voedsel' of 'eetbaar' betekent.

In de landen van herkomst, de landen rond de Middellandse Zee, wordt de knolcyperus als voedsel gezien. In Egypte werd hij al 6000 jaar geleden geteeld voor zijn eetbare knollen. Daar werden ze gekookt in bier or geroosterd. Zelfs nu wordt hij nog in Spanje verbouwd en worden de knollen tijgernoten (nee, niet die van Duyvis), aardamandelen of chufa's genoemd. Vooral in de omgeving van de Spaanse stad Valencia worden ze ook gebruikt voor een melkachtige drank, Horchata de chufa.
De knollen zijn dus eetbaar en worden tegenwoordig in sommige kringen zelfs gezien als een superfood. Ze hebben een zoetige, wat nootachtige smaak. Omdat tijgernoten vrij hard zijn worden ze gewoonlijk eerst in water geweekt voordat ze gegeten worden.

De tijgernoot levert veel energie als gevolg van de aanwezigheid van zetmeel, vet, suiker en proteïnes. Verder bevat het mineralen (voornamelijk fosfor en kalium) plus de vitamines E en C. De olie van de tijgernoten bevat 18% verzadigd vetzuur en 82 procent onverzadigd vetzuren: oliezuur (een omega-9-vetzuur) en linolzuur (een omega-6-vetzuur).

Als akkerbouwer ben je echter mooi de pineut als hij (of zij) de knolcyperus op je perceel aan zou treffen. Dan wordt direct een absoluut teeltverbod voor alle akker- en tuinbouwgewassen, waaronder maïs en gras, opgelegd. Het op dat perceel verbouwde gewas wordt ook aan strenge regels onderworpen om verspreiding van het onkruid tegen te gaan. Daarnaast is de boer verplicht om de knolcyperus rigoureus te bestrijden en verdere verspreiding te voorkomen. Daarna is het perceel verboden gebied en wordt het ieder jaar streng gecontroleerd. Pas als drie jaar achtereen geen knolcyperus wordt aangetroffen wordt het teeltverbod opgeheven. Bovendien moet de boer ook nog eens financieel bijdragen aan alle kosten, die gemaakt worden bij de bestrijding van deze pest.
Wil je tijgernoten (of chufa's) eens proberen, dan kun je ze hier bestellen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten