Cashewnoot

De cashewboom (Anacardium occidentale) levert een van de meest gegeten noten ter wereld. Het grensgebied van Brazilië en Paraguay wordt beschouwd als het oorspronkelijk domein van de cashewboom. Hij wordt 10 tot 15 meter hoog en is een altijdgroene loofboom.

Voordat de Portugezen Brazilië koloniseerden genoten de inheemse Indianen al eeuwenlang van zowel de niervormige noot als de schijnvrucht, de cashewappel. Ook al lijkt de cashewappel op een vrucht, het is eigenlijk een vlezige verdikking van de steel van de echte vrucht. Sap van die cashewappel werd gefermenteerd en gedronken als wijn. Braziliaanse Indianen roosterden de cashewnoten om de ietwat giftige dunne schil te verwijderen. De Maja's gebruikten zelfs de bast van de cashewboom om een thee te zetten die werkzaam zou zijn tegen diarree.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Anacardium, is van Griekse herkomst: ana-kardia (ανα-καρδια) betekent zoiets 'op hart' en verklaart de vorm van de schijnvrucht en de plaats van de noot daaraan. Het tweede deel, occidentale, is afgeleid van het Latijnse woord occidens wat zowel 'zonsondergang' als 'west' betekende. Het verklaart de vindplaats van deze soort. Het woord 'cashew' is afgeleid van het Portugese woord voor de boom caju, dat op zijn beurt is geleend van het inheemse Tupian woord acajú, wat letterlijk 'noot die zichzelf maakt' betekent. Weet u dat ook weer.

Al in de achttiende eeuw introduceerden de Portugezen de cashewboom in hun kolonies in Oost-Afrika en hij ontsnapte al snel aan de aandacht van de plantages. Nu groeit hij uitbundig aan de kusten van Mozambique. Vervolgens werd de cashewboom populair in Oost-Afrikaanse landen als Kenia en Tanzania. Daarna verspreidde de soort zich over de kusten van de landen aan de Indische Oceaan. Intussen is India de grootste producent van cashewnoten.
Cashewnoten hebben het hoogste eiwitgehalte van alle boomnoten (19,5%). Dit gehalte komt overeen met die van sojabonen en is zelfs hoger dan die van pinda's. Alle essentiële aminozuren zijn aanwezig in de noot en hij heeft bovendien een hoog vetzuurgehalte (46%). Daarvan is ruwweg 20% verzadigd vetzuur, 60% enkelvoudig onverzadigd verzuur en 20% meervoudig onverzadigd vetzuur. Cashewnoten zijn verder rijk aan koper, mangaan forfor en magnesium. Bovendien zitten er nog aanzienlijke waarden van de vitamines B1, B6 en K in.

Jammer dat er tegenwoordig zoveel mensen zijn die last hebben van een notenallergie. Zij kunnen niet (meer) genieten van deze zo gezonde snacks. Misschien moeten we onze kinderen vroeger kennis laten maken met voedingsmiddelen die in potentie een allergie kunnen veroorzaken. De wetenschap denkt in ieder geval dat zoiets een goed idee is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten