Blauwmaanzaad

Gastcolumn van Reinder Politiek

In de oorlog was het verbouwen van blauwmaanzaad zeer lucratief. Koolzaad was verplicht want de Duitsers eisten het zaad op voor de olie. Bij blauwmanen (blauwmaanzaad) was dat niet zo streng maar wel moest alle zaad bij hen ingeleverd worden. Bij de dorsmachine stond altijd een strenge controleur en die moest eerst om de tuin geleid worden of tijdens een plaspauze om dan een aantal zakken zaad te gaan stelen van je eigen gewas. Koolzaad en blauwmaanzaad werd ’s nachts illegaal geperst met zelfgemaakte persen. De olie was in de oorlog onmisbaar voor lampolie en om er in te bakken.
Als kinderen mochten wij absoluut niet in het gewas komen. De verdoving tijdens het bloeien en vlak daarna kon je fataal worden. Als je in slaap viel zou je niet weer wakker worden.

Na de oorlog schoot de prijs van maanzaad naar grote hoogten. De olie werd in straaljagers gebruikt. Pas toen men synthetische olie maakt zakte de prijs weer naar normaal en werd er daarna weinig blauwmanen meer verbouwd.

Als de bollen rijp waren loerden spreeuwen op het zaad. Ze maakten met hun scherpe snavel onder de bol een klein gaatje en lieten daarna steeds hun bek vol lopen met zaad. Na enige uren waren ze stoned en konden amper meer vliegen.

Na de oorlog moesten we tijdens het dorsen het kaf van de bolsters opvangen in zakken en dat ging naar een fabriek in Gelderland. Daar werd er een verdovende stof uit gehaald. Die stof werd bij bevallingen gebruikt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten