Kanariezaad

Kanariezaad (Phalaris canariensis) is een grassoort die inheems is in landen rondom de Middellandse Zee. Zoals de naam al aangeeft wordt het kanariezaad veel gebruikt als vogelvoer. Als gevolg daarvan wordt het ondertussen in veel landen commercieel verbouwd en dat betekent natuurlijk ook dat het veelvuldig zal ontsnappen aan de aandacht van de akkerbouwer.

Kanariezaad behoort tot de grote familie van de grassen. Soms ook wel witzaad genoemd, al zijn de zaden meer bruinig dan wit. Het is een ruw rechtop staand gras dat tot 1.80 meter hoogte kan uitgroeien. De pluimvormige bloemen bloeien van mei tot augustus, een beetje afhankelijk van het invallen van de zomer.
De grootste producenten van kanariezaad zitten in Canada, maar het zaad komt ook uit zuidoostelijk Europa en het Verre Oosten. In zaadmixen wordt kanariezaad vaak gemengd met het veel goedkopere gierst, koolzaad en vlaszaad.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Phalaris, is afgeleid van het Griekse woord phalaros (ϕάλαρος), dat op zijn beurt uiteindelijk is afgeleid van phagein ('eten' of 'eetbaar'). Het tweede deel, canariensis, betekent '(van de) Canarische eilanden'.

Het wordt algemeen beschouwd als een graan en dat betekent ook dat het in de oorspronkelijke thuislanden soms op het menu staat als voedingsmiddel voor mensen. Op de Canarische Eilanden, in Italië en landen in Noord-Afrika kun je het dus op je bord aantreffen. In delen van Mexico wordt gemalen kanariezaad verwerkt tot een warme drank die traditioneel wordt verrijkt met zaken als chocola, vanille, kaneel en suiker. Het is daar een echt drankje om je door koude dagen te helpen. Een echte comfort food.

Er bestaan tegenwoordig twee soorten kanariezaad: itchy en hairless. Het vervelende van het kanariezaad is namelijk dat er piepkleine haartjes op het zaad zitten. Deze haartjes laten los bij aanraking en veroorzaken ernstige jeuk (itching). In Canada heeft men al in 1991 een variëteit ontwikkeld zonder die lastige haartjes, de hairless. Verwacht wordt dat deze nieuwe variëteit het originele kanariezaad na verloop van tijd zal gaan vervangen.

Uit gemorst zaad schoot kanariezaad in het verleden vaak op in open bermen, omgewerkte grond en stukjes vergeten grond op industrieterreinen. Omdat het klimaat in ons land eigenlijk perfect is voor kanariezaad heeft het zich hier ongebreideld voort kunnen planten. Bovendien wordt het ook gebruikt om musjes en roodborstjes in de tuin bij te voeren en dan kun je wel raden wat er met dat zaad zal gebeuren. Ook wordt aan volièrehouders soms de suggestie gedaan om je eigen kanariezaad te gaan verbouwen in je tuin 'omdat het zo eenvoudig is'.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten