Granaatappelpitten

De granaatappel (Punica granatum) is een grote struik of kleine boom die uiteindelijk zo'n acht meter hoog kan worden. Van oorsprong stonden de wortels van de granaatappelboom in wat nu Iran is, maar sinds onheuglijke tijden werd de boom aangeplant in het hele Middellandse Zeegebied voor diens smakelijke fruit: de granaatappel.
De granaatappel lijkt misschien vaag op een granaat, maar dat is toch niet de reden voor de naam. Het is juist anders om: granaatappels en granaten hebben qua naam beide eenzelfde oorsprong. De naam stamt van het Latijnse woord granatus ('veelzadig') dat gemakkelijk te herleiden is tot granum ('graan' of 'zaad'). We ontdekken dus nu dat de woorden 'granaat' en 'graan' inderdaad dezelfde bron hebben. In de Middeleeuwen werd deze vrucht in het Engels apple of Granada genoemd, naar de Spaanse province die destijds in handen van de Moren was. Die oude Engelse naam is in onbruik geraakt, maar leeft nog stilletjes voort in de heraldiek, het gebruik van familiewapens.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Punica, stamt uit het Latijn, waar de Romeinse wetenschapper Plinius (23-79 nC) de vrucht malum Punicum noemde. Dat kan vertaald worden als 'appel van Phoenicië'. Dat was ooit een land wat nu ongeveer het huidige Libanon bestrijkt. Het tweede deel, granatus, is hierboven al verklaard.

Granaatappels worden voornamelijk gebruikt voor het maken zeer gezond vruchtensap dat boordevol vitamines A, C, E en B11 (foliumzuur) zit. Maar de vele eetbare pitjes zijn helemaal gewild, zeker grote delen van de oude wereld, waaronder Centraal Azië, noordelijk Afrika, de drogere delen van zuidoost Azië en het hele Middellandse Zeegebied. De laatste jaren probeert men de granaatappelpitten ook Nederland te introduceren, al kenden wij het sap uiteraard al tijden onder de naam grenadine.
Granaatappelpitten worden in de Indiase en Pakistaanse keukens veel gebruikt als specerij en wordt daar anardana genoemd. Anardana (soms ook wel daaru, dalim of daran) is gemaakt van in de zon gedroogde en daarna vermalen zaadjes (plus het daaraan gehechte vruchtvlees) van iets te zure granaatappels. Ze worden toegepast als zurig ingrediënt in de vele chutneys en curry's die de regio rijk is.

In de Griekse keuken worden granaatappels (ρόδιrodi) gebruikt in vele recepten, waaronder koliva (κόλλυβα) – en niet kollivozoumi zoals Wikipedia foutief beweert - een romige bouillon van gekookte tarwe, granaatappels en rozijnen.

Granaatappelpitten bevatten veel vitamine C, K en B11. Ze zijn een goede bron voor voedingsvezels. Verder zitten er hoge gehaltes aan onverzadigde vetzuren in verborgen: punisch zuur (65.3%), oliezuur (6.3%) en linolzuur (6.6%). Er zitten ook nog wat lage gehaltes aan verzadigde vetzuren in, waaronder palmitinezuur (4.8%), stearinezuur (2.3%).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten