Gewone boon

De gewone boon (Phaseolus vulgaris) is een peulvrucht die zich in stressvolle situaties evolutionair gezien snel van gedaante kan veranderen. Die eigenschap heeft geleid tot een aantal varianten, waaronder de sperzieboon, de bruine boon, de witte boon en de kidneyboon (nierboon).
De wilde boon groeide ooit alleen op het Amerikaanse continent. Tot voor kort werd gedacht dat de boon het eerst getemd in Midden-Amerika werd en daarna met maïs en pompoenen mee is gereisd naar het zuiden. De drie voedingsmiddelen vormen samen de 'drie zusters', die de basis vormen van de Amerikaanse landbouw en keuken.

Maar de werkelijkheid is toch wat weerbarstiger gebleken[1]. De wilde boon groeide inderdaad in Mexico, maar is op de een of andere manier ook terecht gekomen in noordelijk Peru en Ecuador. Beide locaties vormden een aparte genepool. Van daaruit mengden deze 'oerbonen' (Phaseolus pseudovulgaris) zich met plaatselijke familieleden, waaronder de Phaseolus dumosus en Phaseolus coccineus. Dat alles resulteerde in een boon die zich snel aan kan passen aan een nieuwe omgeving en die eigenschap kan ook tegenwoordig nog gebruikt worden om bonen te ontwikkelen met nieuwe of verbeterde eigenschappen.
Bonen werden door Spaanse kolonisten naar Europa vervoerd, samen met andere culinaire schatten als aardappelen, tomaten en chilipepers. De eerste bonen kwamen iets na het jaar 1500 in Spanje aan. Daarna verspreidde de boon zich snel over Europa. Wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat het gehele Europese continent intussen gezien kan worden als een aparte genepool[2].

Er bestaan dus nu wereldwijd een drietal regio's waar de gewone boon afzonderlijk kan evolueren. Dat is goed nieuws voor onze vaderlandse veredelaars. Zo gewoon is de gewone boon dus helemaal niet.

[1] Rendón-Anaya et al: Genomic history of the origin and domestication of common bean unveils its closest sister species in Genome Biology - 2017. Zie hier
[2] Angioi et al: Beans in Europe: origin and structure of the European landraces of Phaseolus vulgaris L. in Theoretische und angewandte Genetik – 2010

Geen opmerkingen:

Een reactie posten