Erwt

De erwt (Pisum sativum) is een peulvrucht en behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae). Er bestaan nogal wat variaties en cultivars van de erwt. De bekendste daarvan zijn: doperwt, kreukerwt, kapucijnererwt, groene erwt, gele erwt, schokker, blauwschokker, rozijnerwt, grauwe erwt, peultjes en suikererwt (sugar snaps).
Het woord 'erwt' lijkt een vreemde eend in de bijt van de Nederlandse taal. Het is via het oud-Nederlandse erwit en het Latijnse ervum afgeleid van het Griekse orobos of erebinthos, wat 'wikke' betekent. Het is het geslacht waartoe tegenwoordig de tuinboon (Vicia faba) behoort en die is dus ook nauw verwant aan de erwt.

Doperwten worden veelal geteeld voor de verwerkende industrie. Ze worden verkocht in glas, in blik en diepgevroren. In diverse landen van het Verre Oosten, zoals Japan, Thailand, Taiwan en Maleisië wordt de erwt geroosterd en gezouten als snack gegeten. In Engeland wordt de landbouwerwt in een traditioneel puddinggerecht gebruikt.

De gele erwt wordt voor de veevoederindustrie geteeld.

De spliterwt is afkomstig van de gedroogde landbouwerwt, waarbij de zaadhuid verwijderd wordt, waardoor de erwt in twee helften uiteenvalt. Het voordeel ervan is, dat er geen zaadhuiden zijn en daarom wordt hij dan ook gebruikt voor het maken van erwtensoep. De gedroogde erwt moet gewoonlijk wel eerst een etmaal geweekt worden.

De meeste erwten worden gepeld gegeten, maar van sommige variëteiten, met name de peultjes en de sugar snaps, zijn ook de (jonge) peulen eetbaar.

Erwten zijn rijk aan voedingsvezels, vitamine B1, fosfor, ijzer en zink. Bovendien zijn ze vetarm, eiwitrijk en een bron van magnesium.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten