Parfum van Tijgernoten (of chufa's)

De herkomst van tijgernoten (of chufa's) is verborgen in de duisternis van de geschiedenis, maar we weten wel dat ze al in het oude Egypte op grote schaal verbouwd werden.
De tijgernoten waren zo waardevol geacht dat ze samen met de mummies van belangrijke Egyptenaren werden ingesloten in tombes. Een farao moest namelijk wel goed doorvoed in het hiernamaals aankomen en de voedzame grondnoten waren daar perfect geschikt voor.

Restanten van tijgernoten werden aangetroffen in graven en tombes vanaf 4,000 vC, dus al zo'n 6,000 jaar geleden. In de graftombe van grootvizier Rekh-Mi-Re', een hoge Egyptische ambtenaar, die rond 1,500 vC stierf, toont een wandschildering hoe arbeiders tijgernoten op een hoop scheppen, terwijl een klerk de hoeveelheiden noteert. Die Egyptenaren kookten de grondnoten in bier of roosterden ze als snack.
Papyrusrestanten geven ons het idee dat tijgernoten werden gebruikt als medicijn, voedsel en parfum[1]. Alleen het gebruik als voedsel heeft de geschiedenis overleefd, maar de wetenschap heeft het parfum uit de tijgernoot weten te destilleren. Men omschrijft de geurs als een houtachtige geur, die bekend staat als cypriol of nagarmotha met facetten van vetiver, ceder en patchouli. Het is dus een behoorlijk zware, mannelijke geur. Het vormt eigenlijk ook de grondtoon van het beroemde mannelijke parfym Drakkar Noir.
Het parfum was zelfs nog in zwang tijdens de klassieke oudheid, in de tijd van de Minoïsche (op Kreta: van 3,000 tot 1,200 vC) en de Myceense beschaving (in Griekenland: van 1,600 tot 1,100 vC).

[1] Moshe Negbi: A sweetmeat plant, a perfume plant and their weedy relatives: A chapter in the history of Cyperus esculentus L. and C. rotundus L in Economic Botany - 1992

Geen opmerkingen:

Een reactie posten